PRENEZ PLAISIR GHY GHEESTEN AMOREUS

Jubileumproject van het ‘Collegium Amisfurtense

 

 

titelpagina van het gehavende muziekboekje van Petit Jan de Latre

dat in 1563 voor deze Amersfoortse musicus werd gedrukt

 

Ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum organiseerde het ‘Collegium Amisfurtense’ een bijzonder project. Het gaat om een muziekboekje dat in 1563 voor het Amersfoortse muziekleven werd gedrukt. Tot voor kort was er over het bestaan van dit boekje helemaal niets bekend, maar tijdens de restauratie van twee liturgische boeken uit het begin van de zeventiende eeuw kwam het gedeeltelijk en gehavend uit de kaft van deze twee boeken tevoorschijn. Ongeveer honderd bladen van het betreffende muziekboekje werden namelijk kort na 1600 als vulling voor de kaft van twee andere boeken gebruikt. Deze twee boeken – en al die tijd dus ook het onderhavige muziekboekje – bevinden zich in de bibliotheek van een klooster in Gaesdonck über Goch, net over de grens bij Nijmegen.

 

Het muziekboekje is gedrukt in Düsseldorf, maar door twee Amersfoorters die daar een muziekdrukkerij hadden overgenomen. Het zijn Johannes Oridryus – voormalig hoofd van de Latijnse school in Amersfoort – en Albertus Buys. Zij hadden Amersfoort vanwege hun Lutherse sympathieën moeten verlaten, maar hadden kennelijk lang niet alle banden met Amersfoort verbroken. Het boekje is geheel gevuld met muziek van Petit Jan de Latre, een Waal die in 1563 – volgens vermelding op de titelpagina van ons muziekboekje – ‘celeberrimi Chori Amersfordiani Archimusico’ was, de aartsmusicus van het gevierde Amersfoortse koor. Op de titelpagina staat ook nog een gedicht van Nicolaes Edanus, het toenmalige hoofd van de Latijnse school in Amersfoort. In het muziekboekje komt een gedicht voor van een zekere Conradus Sylvius, ongetwijfeld ook een inwoner van Amersfoort. Dit gedicht bezingt De Latre namelijk in zijn rol als muziekmeester in Amersfoort. Dit gedicht is een z.g. mengtaaltekst, deels Frans en deels Nederlands, en beeldt waarschijnlijk het ‘koeterwaals’ uit dat deze Waal in Amersfoort gesproken zal hebben.

 

Prenez plaisir ghy gheesten amoreus

En zouckt den keest d'amyable musicque

Touchez la bien weest ock coragieus

Is teerste swaer S'amendra par practique

Twaer ock niet vremt d'y mesler rethorique

Joye chercez want die verhuecht den man

Amersfort plaisant ne sois melancolicque

Ne vous fauldra te dienen petit Jan.

 

Doulceur cherchant in al syn fantasie

Een melodie faisant a six a quatre

Laissant le dur gheefft goede harmonye

Alz wel geleert de soy en chant esbatre

Tousjours dehait geheel van herten blye

Rustich int werck et non opiniastre

Es recht den gheest de petit Jan de Latre.

(Conradus Sylvius)

 

Petit Jan de Latre (Luik c1510-Utrecht 1569)

Johannes de Latre, bijgenaamd Petit Jan, werd rond 1510 in Luik geboren. Uit recent onderzoek is gebleken dat deze vooraanstaande componist in de vroege jaren ’60 van de zestiende eeuw in Amersfoort werkzaam was als muziekmeester (succentor). Op basis van archiefstukken is zijn aanwezigheid in Amersfoort voor 1563 vast komen te staan, maar waarschijnlijk is deze Waalse auteur al in of kort na 1559 naar Amersfoort gekomen. Het zou wel eens kunnen dat hem de grond te heet onder de voeten was geworden in Luik, waar hij niet alleen carrière had gemaakt maar ook schulden.

In Amersfoort bleek Petit Jan er opnieuw moeite mee te hebben om met zijn geld rond te komen. Alleen al in 1563 liepen er drie procedures tegen hem wegens betalingsachterstanden. Hij erkende in twee gevallen schuld en kreeg uitstel van betaling, de afloop van het derde proces blijft vooralsnog onduidelijk.

Vanaf december 1565 vinden we Petit Jan de Latre in Utrecht, waar hij in 1567 weer met het gerecht in aanraking kwam wegens financiële problemen. Op 31 augustus 1569 is Petit Jan overleden, hij werd in de Buurkerk begraven. Of hij tot zijn vertrek naar Utrecht in december 1565 in Amersfoort is gebleven is onduidelijk, zijn aanwezigheid is in ieder geval tot en met december 1563 vastgesteld. Van de twee tussenliggende jaren ontbreken vooralsnog de gegevens. Nader onderzoek in de bewaard gebleven archieven moet duidelijkheid brengen over deze periode.

 

Re-compositie’ door eigentijdse Nederlandse componisten

In de zestiende eeuw werd muziek doorgaans gedrukt in aparte stemboeken. Iedere zanger had zodoende alleen zijn eigen partij in handen. Ons muziekboekje heeft naar alle waarschijnlijkheid uit vijf van zulke stemboekjes bestaan, waarvan er slechts twee weer tevoorschijn zijn gekomen. Mogelijk zijn de andere stemboekjes ook als kaftvulling gebruikt, maar waar die boeken zich thans bevinden – als ze überhaupt nog bestaan – is volstrekt onduidelijk. De blaadjes die tevoorschijn zijn gekomen zijn grotendeels nog goed te lezen. Soms zijn de randen beschadigd en is er informatie verloren gegaan, soms zijn de beschadigingen zodanig dat hele passages onleesbaar zijn geworden. Ook ontbreekt er een aantal pagina’s.

Er is een transcriptie gemaakt van het leesbare deel van het bewaard gebleven materiaal, maar dat is onvoldoende om een uitvoering mee te realiseren. Zelfs is het in de meeste gevallen niet mogelijk een enigszins betrouwbare reconstructie te maken. Om toch iets zinvols met dit materiaal te kunnen doen, is een aantal componisten benaderd met de opdracht om de opengevallen plekken met nieuwe noten in te vullen. Zodoende zal er een nieuwe compositie ontstaan waarin moderne muziek reageert op de zestiende-eeuwse restanten van ons muziekboekje.

Er zijn vijf componisten benaderd, die zodanig in leeftijd verschillen dat er sprake is van vijf verschillende generaties van Nederlandse componisten. De nestor in dit project is Jan van Dijk (*1918), gevolgd door Daan Manneke (*1939), Guus Janssen (*1951) en Bart Visman (*1962), tenslotte wordt de jongste generatie vertegenwoordigd door Claudia Rumondor (*1983), tevens de enige vrouw in dit illustere gezelschap. Daan Manneke nam op ons verzoek de tekst van het lied over Petit Jan in zijn functie als Amersfoorts musicus onder handen. Bart Visman componeerde een vrije compositie op het gedicht van Edanus, zoals dat is afgedrukt op de titelpagina. De overige componisten hebben een vrije keuze gemaakt uit de Franse en Nederlandse teksten van deze bundel.

 

Een omvangrijk project

In dit project zal uiteraard ook aandacht zijn voor composities van De Latre die in andere bundels waren opgenomen en die volledig bewaard zijn gebleven. Hij was een vooraanstaande componist in zijn tijd en zijn muziek werd in talloze bundels opgenomen. Zelfs tot diep in de zeventiende eeuw vinden we zijn composities herdrukt in populaire muziekbundels. Om de muziek van Petit Jan weer toegankelijk te maken is Simon Groot, de dirigent van het ‘Collegium Amisfurtense’ die zich ook als musicoloog op zestiende-eeuwse muziek uit de Lage Landen heeft toegelegd, een onderzoek begonnen naar het nagelaten oeuvre van Petit Jan, hetgeen moet leiden tot de uitgave van de verzamelde werken van De Latre.

Samen met koorlid, en in het dagelijks leven kernfysicus, Harry van der Graaf wordt een apparaat ontwikkeld waarmee het mogelijk moet zijn om de verborgen inhoud van de kaften van oude boeken bloot te leggen, zonder de kaft daarbij te beschadigen. In de Ideeënwedstrijd van ‘Science Park Amsterdam’ wonnen Harry van der Graaf en Simon Groot met dit plan de publieksprijs en de tweede prijs van de jury.

Samen met de Haagse papierrestauratrice Annelies van Bekkum wordt een restauratie op het bewaard gebleven materiaal van het muziekboekje uitgevoerd. Dit heeft inmiddels onder andere opgeleverd dat een aantal aan elkaar verkleefde bladen succesvol van elkaar is gescheiden, waardoor de betreffende muziek weer leesbaar is geworden.

In samenwerking met Archief Eemland is een werkgroep opgezet die, na een cursus paleografie voor zestiende-eeuws schrift, onderzoek doet naar gegevens over Petit Jan in de Amersfoortse archieven. Dit heeft inmiddels opgeleverd dat de componist in het jaar 1563 tot driemaal is te traceren in verband met schulden. Momenteel worden de omliggende jaren onderzocht.

Als afsluiting van dit omvangrijke en historisch belangwekkende project wil het ‘Collegium Amisfurtense’ zijn aandacht richten op een ander muziekfragment van Petit Jan, waarvan het waarschijnlijk is dat hij het in zijn Amersfoortse periode geschreven heeft. Het gaat om een mengelmoes van bekende muziekfragmenten van andere auteurs, door Petit Jan bijeengebracht in een nieuwe ordening. De uitvoering van dit werk, tevens de afsluiting van het project ‘Prenez plaisir, ghy gheesten amoreus’ moet samenvallen met de festiviteiten rond het 750-jarig bestaan van Amersfoort. Het wordt hieronder uitgebreid beschreven.

 

                  


Een Amersfoortse fricassee uit 1564

met een nieuw pikant sausje

slotmanifestatie van het project Prenez plaisir, ghy gheesten amoreus

van het ‘Collegium Amisfurtense’,

gekoppeld aan de festiviteiten voor het

750-jarig bestaan van de stad Amersfoort.

 

Van Petit Jan is nog een intrigerend stuk bewaard gebleven, dat naar alle waarschijnlijkheid in zijn Amersfoortse periode is ontstaan. Dit stuk is afkomstig uit een andere bundel, die evenals Cantionum Musicarum incompleet bewaard is gebleven. In dit geval rest ons alleen de altpartij. Het stuk heeft als titel ‘Fricassée sur le dessus de Mon povre coeur’.

 

De enig bewaard gebleven partij van de fricassee van Petit Jan.

 

Het begrip fricassee (mengelmoes) is afkomstig uit de culinaire wereld. Het staat voor fijngehakt vlees (soms ook vis) met een pikant sausje, of voor een schotel met verschillende spijzen. In de zestiende eeuw komen we de term fricassee ook in de muziek tegen. Het staat dan voor een mengelmoes van citaten uit bekende composities, bijeengebracht in een nieuwe ordening en voorzien van een ‘pikant sausje’ door de auteur van deze nieuwe compositie. Het genre werd vooral in Frankrijk beoefend, maar rond het midden van de zestiende eeuw vinden we ook enkele versies uit de Lage Landen. Eén ervan is van Amersfoortse oorsprong. Deze compositie is van de hand van Petit Jan de Latre en werd gedrukt in 1564.

Van de Nederlandse fricassees is er slechts één volledig bewaard gebleven. Van de andere zettingen zijn er één of meer partijen verloren gegaan. Van de Amersfoortse fricassee rest alleen nog de altpartij. Terwijl het natuurlijk jammer is dat we het stuk niet in z’n geheel kunnen leren kennen, biedt deze omstandigheid wel de mogelijkheid om er iets eigenzinnigs mee te doen, vergelijkbaar met de wijze waarop we de stukken uit de bundel Cantionum Musicarum behandeld hebben.

 

‘Amersfoort 750’

In 2009 is het 750 jaar geleden dat Amersfoort stadsrechten heeft gekregen en dat zal uitbundig gevierd worden. Als we de afsluiting van project “Prenez plaisir, ghy gheesten amoreus”, dat immers een stuk uit de geschiedenis van Amersfoort aan de oppervlakte brengt, laten samenvallen met de festiviteiten rondom het 750-jarig bestaan van de stad, kunnen we veel meer Amersfoortse ensembles in het geheel betrekken. Het idee is nu om een nieuwe compositie te laten maken door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Een compositie waaraan diverse Amersfoortse muziekgezelschappen deel kunnen nemen en waarin de bewaard gebleven partij uit 1564 op artistieke wijze verwerkt wordt. Maar het aantal mogelijkheden is nog veel groter.

Het ligt natuurlijk voor de hand om de uitvoering van dit project te laten samenvallen met het culinair festijn ‘Proef Amersfoort’. Dit festijn wordt altijd in het weekend van Hemelvaart gehouden, van donderdag tot en met zondag. Het is de bedoeling om de organisatie van ‘Proef Amersfoort’ bij dit project te betrekken en te vragen of zij het fenomeen fricassee centraal willen stellen in hun festiviteiten van 2009. Het project voorziet verder in allerlei muzikale activiteiten op verschillende locaties in de historische binnenstad van Amersfoort, met ’s avonds een specta-culaireson-et-lumière’ op het O.L.V.-plein, waaraan niet alleen de verschillende muziekgezelschappen deelnemen, maar ook toneel- en dansverenigingen.

 

Activiteiten overdag

Terwijl op de Hof het culinaire evenement ‘Proef Amersfoort’ bezig is, moet de stad gonzen van de muzikale activiteiten. Hieronder, bij de inhoudelijke verantwoording, is een lijst opgenomen van alle composities waaruit in de Amersfoortse fricassee is geciteerd. Deze stukken moeten een rol spelen bij de verschillende muzikale activiteiten. Zo kan een draaiorgel op de Hof bewerkingen van deze composities voor dit instrument laten horen, terwijl een harmonie- en fanfareorkest door de stad trekt met zettingen van deze composities die voor hun medium geschikt zijn. Ook het carillon van de O.L.V.-toren kan op gezette tijden deze muziek laten klinken. Koren, symfonieorkesten en speelgroepen kunnen in de vele kerken en kapellen rondom de binnenstad uitvoering geven aan de desbetreffende composities waaruit de Amersfoortse fricassee is opgebouwd, of aan de bewaard gebleven fricassees van andere auteurs. Voor deze concerten komen de volgende locaties in aanmerking: St. Aegtenkapel, Franciscus Xaveriuskerk, Oud-Katholieke Kerk, St. Rochuskapel, Joriskerk, Lutherse Kerk, de Mariënhof en een etage van de O.L.V.-toren. Al deze optredens moeten vrij toegankelijk zijn en krijgen het karakter van inloopconcerten. Doordat ensembles elkaar afwisselen, is er vrijwel de hele dag iets in deze concertruimtes te beleven.

In Archief Eemland zou tijdens deze festiviteiten een tentoonstelling ‘muziek in het archief’ ingericht kunnen worden. De geschiedenis van het muziekleven in Amersfoort kan daarmee zichtbaar gemaakt worden. De archeologische dienst zou een tentoonstelling kunnen maken rondom gevonden keuken- en eetgerei uit de zestiende eeuw en het Culinair Museum zou een tentoonstelling kunnen inrichten rondom de fricassee of rondom eetgewoontes in de zestiende eeuw. Zodoende staat heel de binnenstad gedurende dit weekend in het teken van dit project.

 

Son-et-lumière

Op de avonden van de desbetreffende dagen vindt de slotmanifestatie plaats op het O.L.V.-plein, waarbij de verschillende ensembles samen een rol vervullen in een nieuwe compositie die door HKU-studenten is gemaakt rondom de bewaard gebleven partij van de Amersfoortse fricassee van Petit Jan de Latre. Deze partij moet volledig in het nieuwe werk geciteerd worden, maar het is niet de bedoeling dat er een reconstructie in de stijl van Petit Jan ontstaat, juist in tegendeel: er moet een geheel moderne compositie ontstaan waarin het restant van Petit Jan een plaats heeft gekregen. De uitvoering moet ongeveer een uur in beslag nemen.

De nieuwe compositie moet worden uitgevoerd als een ‘son-et-lumière’: een lichtspektakel in relatie tot de klinkende muziek. Het idee is om een decor te maken waarin de oorspronkelijke ‘O.L.V.-kapel’ een rol gaat spelen. Het publiek komt te zitten op kerkbanken binnen de contouren van de oude kerk (deze contouren zijn nog zichtbaar in de bestrating). Pilaren kunnen als decorstukken voor een deel weer opgebouwd worden (en eventueel stellages van de lichtshow aan het zicht onttrekken), terwijl de muren van de kerk zo mogelijk ook weer zichtbaar worden gemaakt met licht en laserstralen. De deelnemende ensembles staan opgesteld rondom het plein en ook de toren met haar twee carillons moet in dit hele project een belangrijke rol vervullen, op de trans van de toren kunnen ook nog koperblazers een plaats krijgen. Rondom het publiek, dat in de virtuele kerk zit, klinken dan steeds op andere plekken door steeds andere ensembles delen van de nieuwe compositie. Vooraan in de virtuele kerk komt een podium waarop met ‘tableaux vivants’ en dansvoorstellingen van Amersfoortse toneel- en dansverenigingen enkele hoogtepunten uit de geschiedenis van Amersfoort worden uitgebeeld. Bij de compositie moet al rekening gehouden worden met de sfeer van de uit te beelden momenten uit de geschiedenis van Amersfoort, eventueel kunnen teksten verwerkt worden in de nieuwe compositie die op de uit te beelden gebeurtenissen slaan. Als ‘klap op de vuurpijl’ kan aan het slot van dit concert de explosie van de O.L.V.-kerk op 2 augustus 1787 opnieuw plaatsvinden, nu uiteraard virtueel, waarna het festijn in een daverende vuurwerkshow uitmondt.

 

Voor de avondvoorstellingen is op het O.L.V.-plein plaats voor ruim duizend bezoekers per keer, de vier voorstellingen tezamen kunnen aan ongeveer 5.000 bezoekers een plaats bieden. Hiervoor zullen mensen vooraf plaatsen moeten reserveren, maar de toegang is wel gratis. De voorstellingen zijn bedoeld voor een zo breed mogelijk publiek. We kunnen een divers publiek bereiken doordat er zoveel verschillende disciplines in het project betrokken zijn. Deze mengelmoes van disciplines geeft daarom ook op deze wijze invulling aan het thema en zorgt dat er voor elk wat wils is. Groepen die elkaar anders vrijwel nooit tegenkomen, worden nu samengebracht in één programma: kamerkoren, oratoriumverenigingen, symfonie-orkesten, harmonie- en fanfareorkesten, draaiorgels, kortom iedereen die mee wil doen. De compositieopdracht moet ook specifiek voor dit doel worden verstrekt, waarbij de deelname van de verschillende ensembles vooraf al is geïnventariseerd. Rondom de virtuele kerk staan de verschillende ensembles opgesteld, waardoor het geluid niet alleen van samenstelling verandert als er een ander ensemble optreedt, maar ook uit een andere richting afkomstig is. De compositie moet specifiek van dit ruimtelijke element gebruik gaan maken. De ruimtelijke elementen van dit programma worden onderstreept door de lichteffecten. Vooraan in de virtuele kerk is plaats voor een visuele presentatie van toneel- en dansverenigingen. Alles bij elkaar levert dit project dus een vorm van totaaltheater op, opgebouwd rondom een muziekfragment uit de Amersfoortse geschiedenis van de zestiende eeuw.

 


Inhoudelijke verantwoording:

In 1560 is Petit Jan de Latre nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de eerste druk van het ‘Septiesme Livre des chansons a quatre parties’, een uitgave van de Leuvense drukker Pierre Phalèse. Dit ‘Septiesme Livre’ zou uitgroeien tot een van de meest markante muziekdrukken van de zestiende en zeventiende eeuw. Tot ruim honderd jaar na dato werd het ‘Septiesme Livre’ namelijk herhaaldelijk herdrukt, vaak met een omgewerkte inhoud. Petit Jan wordt gezien als de meest waarschijnlijke kandidaat voor de rol van ‘editor’ van de eerste uitgave (zie het artikel van Rudolf Rasch ‘The Editors of the Livre Septième’ in: Yearbook of the Alamire Foundation 1997). Hij zou dus verantwoordelijk zijn voor de samenstelling van deze muziekbundel. Vanaf de eerste tot en met de laatste druk zijn er overigens twee Franstalige chansons van Petit Jan in de bundel opgenomen. In de derde druk, uit 1564, verschijnt eenmalig een opmerkelijke compositie van Petit Jan de Latre in het ‘Livre Septiesme’. Het heeft als titel meegekregen: ‘Fricassée sur le dessus de Mon povre coeur’. Een mengelmoes van fragmenten uit bekende composities van tijdovereenkomstige auteurs, samengebracht in een nieuwe ordening en voorzien van een ‘sausje’ door Petit Jan de Latre.

 

In de muziek van de zestiende eeuw komen we de term fricassee vooral in de Franse literatuur tegen, maar ook enkele malen in de Nederlanden. Het genre komt zowel in de Franse drukken als in de uitgaven van de oude Nederlanden slechts weinig voor. Van de Nederlandse drukken is er zelfs maar één stuk van dit type compleet bewaard gebleven; het stuk is toegeschreven aan Crespel en verschijnt in 1552 eveneens bij Phalèse. Ook de Antwerpse muziekdrukker Susato brengt één fricassee naar voren. Het is een tamelijk lang werk, waarvan Crecquillon vermoedelijk de auteur is. De drie stukken die in Antwerpen en Leuven zijn verschenen laten in ieder geval zien dat dit genre in de Nederlanden van het midden van de zestiende eeuw beoefend werd op een wijze die overeenkomt met de definitie van de New Grove, die de fricassee omschrijft als “a kind of Quodlibet popular in 16th-century France”.

 

Het feit dat de fricassee van Petit Jan de Latre niet was opgenomen in de uitgaven van 1560 en 1562, terwijl hij zo nauw bij de totstandkoming van deze uitgaven betrokken was, duidt er vermoedelijk op dat het werk pas na 1562 gereed gekomen is, maar uiteraard wel vóórdat de uitgave van 1564 tot stand gebracht werd. Het werk is dus hoogstwaarschijnlijk in 1563 gecomponeerd, de periode dat Petit Jan met zekerheid in Amersfoort vertoefde. Helaas is van de uitgave van het ‘Septiesme Livre’ uit 1564 slechts één stemboek, namelijk dat van de contratenor (= alt), bewaard gebleven. Omdat de compositie in de latere drukken van het ‘Septiesme Livre’ niet terugkeert, kennen we van het stuk van Petit Jan dus slechts de altpartij.

 

De volgende composities zijn in de fricassee verwerkt:

- Amoureulx suis (anoniem)

- A quoy tient-il (Nicolaes Gombert)

- A tousjours suis (anoniem)

- A tout jamais (anoniem)

- Curé venez à noz maison (anoniem)

- D’Amour me plains (Rogier Pathie)

- Dont vient cela (Claudin de Sermisy)

- D’ung souvenir (anoniem)

- Escoutez (Clément Janequin)

- Hau Marion, Marion (anoniem)

- Il me souffit (Claudin de Sermisy)

- J’a veu le cerf du boys sallir (Pierre de Manchicourt)

- Laissés cela (anoniem)

- Laissés faire à moy (anoniem)

- La jeune dame ayant noble couraige (Petit Jan de Latre)

- Ma femme est si malade (anoniem)

- Misericorde (Jacob Clemens non Papa, 2 versies)

- Mon petit coeur sent (anoniem)

- Or combien est malheureulx le desir (Claudin de Sermisy)

- Or il ne m’est possible (Jacob Clemens non Papa)

- Pour ung plaisir qui si peu dure (Thomas Crecquillon)

- Puisque j’ay perdu mes amis (Johannes Lupi)

- Quant je boy du vin (anoniem)

- Quant me souvient (Thomas Crecquillon)

- Si franchement (anoniem)

- Tousjours souffrir (Nicolaes Gombert)

- Tous les regrets (Nicolaes Gombert)

- Tous mes amyes (Claudin de Sermisy)

- Ung gay berger prioit une bergere (Thomas Créquillon)

- Vere, vere Jan (Jean Courtoys)

- Vignon, vignette (Claudin de Sermisy)

 

Deze stukken zijn vrijwel allemaal volledig bewaard gebleven en dus geschikt voor uitvoering.